“Mag-ik-die-hond-aaien” regel voor kinderen!

Gezellig, een hond in huis! Ook als je kinderen hebt, want kinderen kunnen dikke maatjes worden met een hond. Honden zijn leuk om mee te spelen, om te aaien, om kunstjes te leren. Ze horen echt bij het gezin. Maar het wordt al snel minder gezellig als jouw hond gromt naar je kind. Toch kan zoiets gebeuren, want honden en kinderen begrijpen elkaar soms niet zo goed.
Ook op straat hebben honden grote aantrekkingskracht op kinderen. Veel kinderen willen graag een hond aaien en stappen er enthousiast op af. Maar sommige kinderen zijn bang, en willen de hond juist uit hun buurt houden. Hondse omgangsregels zijn anders dan die van mensen, en ook hier ontstaan vaak misverstanden.


De Tien Gouden Regels

 


  • 1. Gedraag je rustig in de buurt van een hond. Ga niet rennen of schreeuwen.

  • 2. Laat een hond naar jou toe komen. Ren niet achter honden en pak ze niet vast. Ook niet aan de halsband.

  • 3. Laat honden die aan een lijn vast zitten, achter een raam zitten, in een bench zitten of in de auto zitten met rust.

  • 4. Buig of stap niet over een hond heen.

  • 5. Raak een hond nooit van achteren aan. Hij kan schrikken en bijten.

  • 6. Kijk een hond nooit lang in de ogen. Hij kan dit als een bedreiging zien en bijten.

  • 7. Plaag honden niet. Ze kunnen dan bijten.

  • 8. Je eigen hond is misschien een fijne vriend die heel veel goed vindt. Andere honden vinden niet alles goed. Let daar op!

  • 9. Speel alleen met een hond als de volwassen baas erbij is.

  • 10. Kijk goed naar de hond als je met hem speelt. Stop met spelen wanneer de hond wegloopt of te druk gaat doen.

Om te voorkomen dat er vervelende dingen gebeuren, heeft het LICG de Tien Gouden Regels voor het veilig omgaan met honden opgesteld. Ze beschrijven situaties die in het dagelijks leven voorkomen met honden: zowel met een eigen hond in huis, als met een hond op straat. Kinderen die de Tien Gouden Regels kennen, weten precies wat ze in die situaties moeten doen. Dat voorkomt veel narigheid en zorgt ervoor dat kinderen veilig met honden kunnen omgaan.

Leer je kind dus de Tien Gouden Regels! Ook als jullie thuis geen hond hebben, want honden kom je overal tegen.


Tien gouden regels voor opvoeders

 


  • 1. Laat je kind nooit alleen met een hond.

  • 2. Leer je kind de tien gouden regels voor kinderen.

  • 3. Leer je kind over het gedrag van honden. Als een kind gedrag van honden begrijpt, wordt het minder snel gebeten.

  • 4. Wen je kind aan honden, ook al ben je er zelf bang voor. Vraag eventueel een ander om te helpen.

  • 5. Voordat een hond bijt vertoont hij stresssignalen zoals: verstarren, lip optrekken, tanden laten zien, strak aankijken. Grommen is de allerlaatste waarschuwing die een hond geeft en dan kun je te laat zijn met ingrijpen. Voorkom deze situatie door vroegtijdig in te grijpen.

  • 6. Straf een hond niet wanneer een kind de fout ingaat, de hond snapt dit niet en kan het kind in het vervolg bedreigend vinden.

  • 7. Straf een kind niet in bijzijn van de hond wanneer het de fout ingaat. De hond kan proberen een stapje hoger in de rangorde te komen. Je kan wel op een rustige toon uitleggen wat er gebeurde en hoe het beter kan.

  • 8. Leer jouw kind dat wat met de eigen hond kan, niet met een andere hond kan. Zo voorkom je ongelukken.

  • 9. Laat honden en kinderen niet met elkaars speelgoed spelen.

  • 10. Als een klein kind een hond wilt aaien, neem het dan op schoot, en roep daarna de hond erbij. Zo steun je het kind en leert de hond dat hij niet boven het kind in de rangorde staat.

Tien gouden regels voor hondeneigenaren

 


  • 1. Laat de hond nooit alleen met een kind.

  • 2. Een hond die goed opgevoed is en gesocialiseerd is heeft minder kans op ongelukken. Een cursus kan daarbij helpen.

  • 3. Wen de hond aan harde geluiden, zodat hij niet schrikt in de buurt van kinderen.

  • 4. Wen de hond aan gepluk aan zijn vacht. Mocht onverhoopt een kind hem vastpakken, dan schrikt hij minder snel.

  • 5. Laat de hond de associatie leggen tussen kind-leuk. Leuke dingen zijn minder bedreigend.

  • 6. Zorg voor een eigen plaats voor de hond waar niemand hem stoort.

  • 7. Soms is het nodig de hond in bescherming te nemen tegen het kind, bijvoorbeeld als hij moe is.

  • 8. Laat een kind niet omver lopen of ‘spelenderwijs’ happen door een hond.

  • 9. Een hond die geen regels kent, wordt nerveus en weet niet waar hij aan toe is.

  • 10. Ontworm de hond twee keer per jaar. Kinderen kunnen besmet raken met wormen.


“Mag-ik-die-hond-aaien” regel voor kinderen!


Vraag eerst je ouders of het mag.

Vraag dan de baas van de hond of het mag.

Vraag het dan aan de hond:
Steek je hand uit, zodat de hond kan snuffelen. Als de hond geaaid wilt worden komt hij naar je toe. Aai hem rustig onder zijn kin of op zijn borst. Aaien over de kop en de rug is een dominante handeling, waar een hond boos van kan worden.


“”Help-daar-komt-een-enge-hond-aan” regel voor kinderen!


Blijf stil staan.


Loop niet weg.

Hou je handen naar beneden of doe ze over elkaar.
Steek je handen niet in de lucht, een hond kan dan gaan springen naar je handen.

Kijk naar de lucht en niet naar de hond.
Zo lijk je op een paal en honden vinden palen niet interessant. Als je gaat rennen en schreeuwen, kan een hond achter je aanrennen en in je handen happen.